Gezondheid
Gezondheidszorg is een nationale aangelegenheid. Maar bij externe bedreigingen van de volksgezondheid (bijvoorbeeld een pandemische griep, bioterrorisme, vergrijzing, klimaatverandering) kan Europese samenwerking duidelijke meerwaarde hebben. Deze bedreigingen stoppen niet bij de grens.
Ook laten patiënten zich steeds vaker in een ander EU-land behandelen.
Daarnaast is het Europese gezondheidsbeleid aanvullend op nationaal beleid van lidstaten.
Samengevat richt ‘de Europese strategie voor de volksgezondheid’ zich op drie doelen:
Ook laten patiënten zich steeds vaker in een ander EU-land behandelen.
Daarnaast is het Europese gezondheidsbeleid aanvullend op nationaal beleid van lidstaten.
Samengevat richt ‘de Europese strategie voor de volksgezondheid’ zich op drie doelen:
- gezondheidsbevordering
- gezondheidsbescherming
- preventie van ziekten
Voorbeelden op een rij
De Europese Unie heeft in de gezondheidsstrategie een aantal duidelijke prioriteiten aangegeven voor Europese samenwerking:
- verspreiding en uitwisseling van best practices;
- voorlichtingcampagnes om de burger bewust te maken van een gezonde, voeding en levensstijl (alcoholstrategie,anti-rookbeleid, bestrijding van obesitas, meer bewegen);
- een Europees waarschuwingssysteem bij het uitbreken van bedreigingen voor de volksgezondheid (Mexicaanse griep); Medische hulpmiddelen moeten aan een strict EU-keurmerk voldoen;
- patiënten kunnen iedere huisarts in een ander EU-land bezoeken en een vergoeding ontvangen tegen het tarief dat zij in eigen land zouden betalen (richtlijn patiëntenrechten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg);
- er zijn tal van Europese regels om de gezondheid op het werk te regelen, van veiligheidshelmen tot en met voldoende rustpauzes;
- een ‘Europa tegen aids’-actieprogramma strijdt tegen het HIV-virus, en ook tegen malaria en tuberculose. Zo is er ook een ‘Europa tegen kanker’-programma;
- een drugsstrategie gericht op preventie van drugsgebruik en de opvang van verslaafden.
Hoe staat Nederland erin?
Zorgstelsels blijven nationaal. Dat is maar goed ook, vindt Nederland.
Men kan steeds meer voor niet-spoedeisende medische zorg in het buitenland terecht. Dat is prettig voor het individu, hij of zij kan indien nodig steeds vaker op meer plekken in Europa terecht. Voor individuele lidstaten is dit een ander verhaal. Patiëntenmobiliteit kan financiële druk opleveren voor de zorgstelsels van de lidstaten. Nederland is zich daar bewust van en zoekt naar het beste evenwicht.
Ten slotte is Nederland voorstander van het nationaal regelen van abortus, euthanasie en donorschap.
De Europese ministers van Volksgezondheid komen regelmatig bijeen.

